Gebruiksadvies

INLEIDING TOT HET MONTEREN VAN VRACHTWAGEN- EN BUSBANDEN

 

Alvorens u met de montage van de band begint, moet u de conformiteit en compatibiliteit van de band met het wiel en het voertuig vaststellen.
Een correcte montage van de band, uitgevoerd met de aanbevolen werkmethoden en in overeenstemming met de geldende veiligheidsvoorschriften, draagt ertoe bij dat de band optimaal wordt benut.


A. Algemene voorzorgsmaatregelen

  • De monteurs moeten altijd de gebruikelijke beschermende kleding dragen (oorbeschermers, handschoenen, veiligheidsschoenen, enz.).
  • De monteurs moeten de juiste opleiding hebben gevolgd voor de werkzaamheden die ze uitvoeren en zij moeten daarvoor de juiste apparatuur gebruiken.
  • Het voertuig moet stilstaan met uitgeschakelde motor en moet correct gestabiliseerd zijn (parkeerrem, blokkering, assteunen, enz.).
     

B. Voorzorgsmaatregelen voor de montage


Zorg ervoor dat het wiel en de onderdelen ervan geschikt, schoon en in goede staat zijn.

  • Controleer de compatibiliteit van de band en het wiel, de band en het voertuig en het beoogde gebruik.
  • Neem de posities, de montagerichting, de draairichting en alle relevante instructies in acht wanneer deze op de zijwanden van de band staan vermeld.
  • Zorg ervoor dat de binnenkant van de band schoon, droog en vrij van vreemde stoffen is. Controleer bij een band die al op de weg is gebruikt, zorgvuldig of de binnenkant van de band geen tekenen van een te lage bandenspanning vertoont (vlekken, dislocatie).
  • Vervang de ventielafdichting voor banden zonder binnenband of de binnenband en velglint voor banden met binnenband.
  • Zorg ervoor dat de band tijdens het oppompen op de velg gecentreerd is.
  • Pomp de band veilig op tot de door de fabrikant voorgestelde bandenspanning. Zorg ervoor dat alle onderdelen op hun plaats zitten. Ga nooit met het gezicht naar een gemonteerde band staan. Ga in het verlengde van het loopvlak staan, op minstens 3 meter afstand. Gebruik waar mogelijk altijd een veiligheidskooi.
  • Neem al deze voorzorgsmaatregelen in acht bij zowel nieuwe banden als bij banden die al zijn gebruikt.
  • Voor voertuigen met schijfremmen raden wij aan om banden te monteren op wielen met beschermde ventielen. Zo voorkomt u dat het ventiel beschadigd raakt door een voorwerp dat vastzit tussen de rem en het wiel.
  • Een onjuiste montage van banden en wielen kan leiden tot schade aan banden en voertuigen en letsel bij personen (ernstig of zelfs dodelijk letsel).

C. De ventielen controleren


Vanwege de veroudering en de hoge temperatuur in verband met het remmen moeten de ventielafdichtingen en de verlengstukken telkens wanneer een band wordt vervangen ook vervangen worden.
Een ventieldop in uitstekende staat is cruciaal voor het behoud van een luchtdichte afsluiting.

NL valves verification

Afdichtingsdiagram voor dubbel gemonteerde banden. Voor dit type montage moeten de ventielen altijd naar elkaar toe gepositioneerd worden.


BESTE PRAKTIJKEN VOOR HET OPPOMPEN VAN BANDEN

Bandenspanning in de werkplaats

Deskundig personeel dient dit uit te voeren met behulp van de juiste apparatuur. Een onjuiste montage kan leiden tot schade aan de band (mogelijk niet zichtbaar op het moment van montage), de binnenband of het wiel.

Bepaal de bandenspanning van een koude band op basis van de belasting, de snelheid en de gebruiksomstandigheden.

Michelin raadt aan om de banden op te pompen met behulp van een veiligheidskooi.

U moet de banden in twee fasen oppompen:

1e fase:
• oppompen tot 1,5 bar (21,7 psi)
• algemene controle van de band
 

2e fase:

• de band oppompen tot de vereiste spanning
• plaats de band tijdens het oppompen band verticaal in een veiligheidskooi of in een geschikte veilige ruimte.

De monteur moet tijdens het oppompen in het verlengde van het loopvlak gaan staan.

Ga tijdens het oppompen altijd minstens 3 meter van de gemonteerde banden staan, in het verlengde van het loopvlak van de band.

Edito la juste pression photo principale Help and Advice

Stand in line with the tread band and at least 3 metres away during inflation.

BALANCEREN

Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de banden goed gebalanceerd zijn: 

• Dit helpt de banden de maximale kilometrageprestaties te leveren
• Dit beschermt mechanische onderdelen tegen voortijdige slijtage
• Dit zorgt voor een comfortabele rit

Indien uitbalanceren noodzakelijk is, beveelt Michelin aan om de banden dynamisch uit te balanceren met behulp van gewichten die op het wiel worden aangebracht.

DE WIELEN OP HET VOERTUIG MONTEREN

Nadat de wielen op het voertuig zijn gemonteerd, moeten de wielmoeren met een gekalibreerde koppelinrichting aangedraaid worden conform de door de voertuigfabrikant gedefinieerde koppelinstelling. Het juiste aanhaalproces van de wielen is cruciaal om de veiligheid van de wielen te behouden, en daarmee ook uw eigen veiligheid.

A. Toestand van de wielen:

  • Controleer regelmatig de toestand van de wielen. Een gescheurd wiel of kapotte velg moet vervangen worden.
  • Wielen en velgen mogen niet door middel van lassen gerepareerd worden.
  • Als er iets gelast moet worden, dan moet de band van de velg gehaald worden. Als dit niet gebeurt, bestaat er een ernstig explosiegevaar.
  • De band kan opnieuw gemonteerd worden wanneer alle elementen weer op omgevingstemperatuur zijn.
  • Voordat er wordt gelast aan het chassis van het voertuig, moeten de banden- en wielencombinaties van het voertuig gehaald worden.
  • Voordat u een gedemonteerde combinatie van band en wiel van een voertuig demonteert, is het aan te raden om de banden te laten leeglopen.

B. Neem voor de montage/wielmontage het volgende in acht:

1. Schoon:

  • de steunvlakken van de naaf en het wiel.
  • de wielbouten en -moeren.

2. Controleer:

  • de toestand van de bevestigingsgaten (vervorming, scheuren, enz.).
  • de toestand van de bouten (vervorming, toestand van de schroefdraad, enz.).
  • de toestand van de moeren (vervorming, toestand van de schroefdraad, enz.).
  • corrosie en eventuele verfresten, indien nodig te verwijderen met een draadborstel
  • eventuele bramen, losse of schilferige oppervlakken op het metaal

3. Smeer:

  • de schroefdraad van de wielmoeren met een druppel olie
  • smeer nooit het raakvlak tussen moeren of ringen

4. Laatste aandraaimoment:

  • Gebruik een gekalibreerde koppelinrichting.
  • Volg de door de voertuigfabrikant aanbevolen methoden en hun aanbevolen aandraaimomenten.
  • De moeren moeten afwisselend diagonaal worden aangedraaid aan de hand van het totaal aantal moeren als getoond in onderstaande afbeelding. De diametraal tegenovergestelde draaivolgorde zorgt ervoor dat de contactvlakken recht en gelijkmatig in elkaar getrokken worden.
  • Door de bouten met een gekalibreerde koppelinrichting met het juiste koppel aan te draaien, is het wiel gemakkelijker te demonteren in geval van een lekke band, vervormen de bouten niet en zorgt u voor een veilige werking.

Te stevig aandraaien is vaak net zo schadelijk als niet stevig genoeg aandraaien. Dit kan de volgende gevolgen hebben:

  • vervorming en/of breuk van wielbouten,
  • vervorming van de schroefdraad van de wielmoer die zelfs kan leiden tot het loskomen van de wielen,
  • ovalisatie van trommels, enz.

Na een periode van dertig minuten of na een afstand van 50-100 kilometer moet het aandraaimoment van de wielmoeren opnieuw gecontroleerd worden met behulp van een gekalibreerde koppelinrichting. Als de moeren opnieuw worden aangedraaid, dan mogen deze niet eerst losgedraaid worden alvorens deze vastgedraaid worden. De moeren hoeven alleen maar gecontroleerd te worden.

Picto Schema maintenance clamp Help and Advice

ZORG EN ONDERHOUD

De banden moeten regelmatig geïnspecteerd worden. Zorg ervoor dat het voertuig stilstaat, dat de motor is uitgeschakeld en dat het voertuig niet kan bewegen alvorens u een inspectie uitvoert.

A. Bandenonderhoud

De banden moeten regelmatig geïnspecteerd worden. Zorg er hierbij voor dat het voertuig stilstaat, dat de motor is uitgeschakeld en dat het voertuig niet kan bewegen alvorens u een inspectie uitvoert.

B. Verzorging van de band

• De banden van een voertuig moeten regelmatig gecontroleerd worden. Hierbij moet aan de volgende punten bijzondere aandacht besteed worden:
• Controleer het loopvlak op tekenen van abnormale slijtage, insnijdingen, vervormingen en vastzittende vreemde voorwerpen (stenen, bouten, spijkers enz.),
• Controleer de zijwanden op insnijdingen, impactschade (veroorzaakt door kuilen, stoepranden, enz.), schuursporen door stoepranden en op abnormale vervormingen.
• Onderzoek ook de oorzaken van problemen met de besturing van het voertuig, zoals stuurwieltrillingen, naar links of rechts trekken, enz.
• Als er drukverlies optreedt, dan is het absoluut noodzakelijk om zo snel mogelijk te stoppen. Een te lage bandenspanning leidt tot thermische degradatie van de onderdelen van de band.
• Verwijder de band van de velg en achterhaal de reden van het spanningsverlies.
• Laat eventuele schade onderzoeken door een bandenprofessional die kan bepalen of een reparatie noodzakelijk of mogelijk is.
• Een bandenspecialist die de verantwoordelijkheid voor de reparatie op zich neemt, moet de reparaties uitvoeren.
• Vóór elke reparatie moet het interieur van de band worden onderzocht om er zeker van te zijn dat er geen degradatie is opgetreden.

B. Bandeninspectie en aanbevelingen

Picto truck axles Help and Advice

Assen, van links naar rechts: Stuurinrichting (F), Aandrijving (D), Trailer (T)

1. Bandenslijtage op de STUURAS van motorvoertuigen

Waarnemingen

  • De band aan de voorzijde aan de kant van de stoep slijt normaal gesproken sneller dan de band aan de andere voorzijde op een vrachtwagen die links rijdt.
  • De band aan de voorzijde aan de kant van de stoep heeft vaak meer slijtage aan de buitenste schouder door de hellingsgraad van de weg en het aantal rotondes.

Onze oplossingen:

Om de slijtage van de voorbanden zo veel mogelijk te compenseren, legt u de banden andersom op de velg als deze half versleten zijn. Herprofileer op het juiste moment. Michelin raadt de montage van vernieuwde banden op de voorste stuurassen van motorvoertuigen af.

2. Bandenslijtage op de AANDRIJFAS

Waarnemingen

  • Over het algemeen hebben beide binnenbanden een meer uitgesproken slijtage aan de loopvlakschouder, aan de binnenzijde van het chassis.
  • Hierbij spelen verschillende factoren een rol: de hellingsgraad, het type ophanging, het gebruik van de motorrem, de rijwegomstandigheden en de asbelasting.

Onze oplossingen:

Om de slijtage te compenseren en het volledige potentieel van de vier banden te benutten door gebruik te maken herprofilering volgt u het onderstaande advies op:

  • Verwissel de binnenste en buitenste banden (dubbele montage)
  • Leg de twee binnenste banden andersom op de velg met inachtneming van de draairichting
  • Laat een herprofilering uitvoeren met nog 3 tot 4 mm loopvlak

Monteer de vernieuwde banden op de aandrijfassen in de achterste positie.

3. Bandenslijtage op DRAAGAS (in geval van opleggers met 3 vaste assen)

Waarnemingen

Als gevolg van het zijdelings schuren in de bochten en bij het manoeuvreren is de slijtage van de banden op de 3 assen niet gelijkmatig:

  • De 1ste as wordt matig aangetast door schuren en heeft dus de helft van de slijtagegraad van de 2de en 3de as.
  • De 2e as, met vrijwel geen spanningen, heeft een zeer lage mate van slijtage.
  • De 3e as heeft een snellere slijtage, omdat deze het meest wordt beïnvloed door schuren in verband met de geometrie van het voertuig.

Onze oplossingen:

Om de slijtage te compenseren en het volledige potentieel van beide banden te benutten door gebruik te maken van herprofilering volgt u het onderstaande advies op:

Bandenrotatie:

  • Leg de banden andersom op de velgen op de 1e en 3e as als deze ongeveer 50% versleten zijn.
  • Voer een herprofilering uit (bij een resterende profieldiepte van 3-4 mm):
  • Op de 1e as is het gebruik van herprofileerbare banden mogelijk, afhankelijk van het gebruik.
  • Op de 2e as wordt meestal het gebruik van herprofileerbare banden aanbevolen.
  • Op de 3e as wordt het gebruik van herprofileerbare banden normaal gesproken niet aanbevolen.

Banden voor de 3e as mogen geherprofileerd worden en op de 2e as gemonteerd worden.

Voor trailers en opleggers kunnen MICHELIN Remix-banden op elke positie worden gemonteerd.

C. Banden permutatie en banden andersom op de velg leggen

Banden permuteren is een handeling die bestaat uit het demonteren van het wiel van de ene positie op het voertuig en het opnieuw monteren op een andere positie.
Banden andersom op de velg leggen is een handeling die bestaat uit het demonteren van de band van de velg en de band andersom opnieuw op de velg te leggen.
Deze twee handelingen kunnen de levensduur van de banden met ongeveer 20%* verlengen.

Voorbeeld: slijtage van de banden die op de aandrijfas liggen
Sommige truckbanden hebben een draairichting die aan het begin van de levensduur van de band in acht genomen moet worden om de algehele prestaties te optimaliseren. In dit geval kan het nodig zijn om bij het roteren van de banden deze ook andersom op de velgen te leggen om de aanbevolen draairichting aan te houden.

NL tyre rotation and turning

D. De ANTISPLASH™-banden

Het Antisplash™-systeem is effectief aan de buitenkant van het voertuig.
Bij het Antisplash™-systeem zijn de woorden "Outer Side" zijn op de zijwand van 385/65 R 22.5-banden in verschillende talen weergegeven.

385/65 R 22.5- en 315/70 R 22.5-banden

Vanwege ruimtevereisten mogen de 385/65 R 22.5 Antisplash™- en de 315/70 R 22.5-

Antisplash™-banden niet andersom op de velg gelegd worden.

385/55 R 22.5-banden

Het is mogelijk om deze banden andersom op de velgen te leggen. Het is essentieel om te controleren of de Antisplash™-band niet in contact komt met mechanische onderdelen. Controleer hiervoor de spelingen met de wielen in alle stuurposities (van volledig naar links gedraaid tot volledig naar rechts gedraaid). Houd daarbij rekening met de variaties in de geometrie wanneer het voertuig in dynamisch gebruik is. Het is ook raadzaam om contact op te nemen met de voertuigfabrikant voor hun aanbevelingen.

 

E. Wielen uitlijnen

Door de wielhoeken op een voertuig te meten en af te stellen, kunt u de brandstofkosten en de bandenslijtage reduceren.

Dit levert financiële voordelen op en leidt tot een beter milieu voor iedereen. Deze handeling verbetert bovendien de veiligheid doordat het voertuig over de snelweg rijdt met correct uitgelijnde wielen en daardoor minder ruimte in beslag neemt.

VOORZORGSMAATREGELEN VOOR HET DEMONTEREN VAN BANDEN

Als u een wiel van een voertuig demonteert,

als de band deel uitmaakt van een dubbele montage of als de velg duidelijke schade vertoont, dan geldt het volgende voor de banden:

  • laat deze leeglopen door het binnenventiel te verwijderen voordat de gemonteerde eenheid van het voertuig wordt gedemonteerd
  • Volg de aanbevelingen en instructies van de voertuigfabrikant op

De band van de velg halen terwijl het wiel nog op het voertuig is gemonteerd

Michelin raadt deze praktijk niet aan. Gebruik deze methode alleen als het niet mogelijk is om het wiel te demonteren. Als dit het geval is, laat de band dan volledig leeglopen door het binnenventiel te verwijderen.

OPSLAG EN HANTERING

A. Voorwaarden voor een goede bandenopslag

• In een schone, droge, gematigde en goed geventileerde ruimte, beschut tegen direct zonlicht en slecht weer.
• In de opslagruimtes mag geen apparatuur staan die ozon genereert, zoals fluorescerende verlichting, kwikdamplampen, elektrische machines of andere apparatuur die vonken of andere elektrische ontladingen kunnen veroorzaken.
• Plaats de banden ver weg van elke chemische stof, oplosmiddel of koolwaterstof die de aard van het rubber kan veranderen.
• Plaats de banden ruimschoots verwijderd van alle voorwerpen die in de band kunnen binnendringen (metalen spies, hout, enz.).
• De producten moeten opgeslagen worden in leeggelopen toestand zonder spanning, compressie of andere vervorming, aangezien deze scheurvorming of permanente vervorming kunnen veroorzaken.
• Roteren van voorraden: om verslechtering te voorkomen, moet de opslagtijd tot een minimum beperkt worden. De voorraden moeten op chronologische volgorde uit de winkels worden gedistribueerd, zodat de restvoorraden banden bevat van de laatste productie of levering zijn.
• Opslag:

– Voor kortstondige opslag (tot 4 weken) kunnen de banden horizontaal worden gestapeld. Leg de ene op de andere band op houten pallets. De hoogte van de stapels mag echter niet meer dan 1,2 meter bedragen. Na 4 weken moeten de banden opnieuw worden gestapeld, waarbij de opstapelvolgorde van de banden moet worden omgekeerd. Bij montage op velgen moeten de banden rechtopstaand of in een enkele laag op legborden worden opgeborgen.

– Voor langdurige opslag moeten banden rechtopstaand in een enkele laag worden opgeslagen op legbordstellingen, op een afstand van minstens 10 cm ruimte boven de vloer. Om vervorming te voorkomen, is het raadzaam om de banden één keer per maand te draaien.

• Binnenbanden:

– De binnenbanden moeten ofwel licht opgepompt zijn, bestrooid met talkpoeder in de banden worden geplaatst ofwel in een leeggelopen toestand in kleine stapels van max. 50 cm worden opgeslagen – in de vakken van legborden met een vlakke bodem. Lattenpallets zijn niet geschikt omdat deze op bepaalde punten druk kunnen uitoefenen.

– Als de fabrikant de binnenbanden in kartonnen dozen levert of in folie heeft gewikkeld, laat de binnenbanden hier dan in zitten. De verpakking biedt een zekere mate van bescherming tegen verontreiniging, zuurstof en de effecten van licht.

• Velglinten:

– De velglinten moeten bij voorkeur met de binnenbanden in de banden worden geplaatst. Als u deze apart opslaat, dan moet u deze plat op schappen leggen. Zorg dat de schappen vrij zijn van verontreiniging, stof, vet en vocht. Hang de velglinten nooit op – dit kan vervorming en uitrekking veroorzaken.
 

B. Bij het hanteren van banden en accessoires moeten de monteurs:

• De veiligheidsinstructies van het bedrijf in acht nemen.

• Uitgerust zijn met hun gebruikelijke beschermingsuitrusting voor het hanteren.

• Instrumenten en apparatuur gebruiken die de banden niet beschadigen.

C. Aanvullende Michelin-opslaginformatie:

• Bevoegd personeel moet opgeslagen banden die de leeftijd van vijf jaar bereiken onderzoeken om te bepalen of deze nog geschikt zijn voor verder gebruik.
• Het wordt ten zeerste aanbevolen om gemonteerde banden die moeten worden opgeslagen op te pompen met stikstof. Als u lucht gebruikt, dan moet deze zo droog mogelijk zijn voordat deze de band ingaat. Zorg ervoor dat er een ventieldopje op het ventiel is gemonteerd.
• Banden op voertuigen die op de grond rusten, moeten op de voor het voertuig normale bandenspanning staan.
• Controleer deze spanning om de zes maanden en corrigeer deze zo nodig. Draai de banden om de vier maanden een kwart slag. Rijd elke jaar een stuk met de banden tot eventuele "flat spotting" (vlakke kanten op de band) verdwijnt.
• Banden van voertuigen die van de grond zijn opgetild, moeten leeggelaten worden tot ongeveer de helft van de normale bandenspanning voor het voertuig.
• Reservebanden in de opslag moeten ook worden leeggelaten tot ongeveer de helft van de normale bandenspanning voor het voertuig.
• Stel een procedure op om ervoor te zorgen dat banden die met een verlaagde spanning zijn opgeslagen, weer correct opgepompt worden wanneer deze weer in gebruik worden genomen.
• Bevoegd personeel moet elke opgeslagen band visueel inspecteren alvorens deze weer in gebruik wordt genomen of opnieuw in gebruik wordt genomen.

U gebruikt een verouderde versie van de Web Browser

Deze website ondersteunt de browser niet dat u momenteel gebruikt. Dit betekent dat sommige functies niet naar behoren zullen werken. Dit kan resulteren in vreemde gedragingen tijdens het surfen op de website.

Gebruik of upgrade / installeer een van de volgende browsers om volledig gebruik te kunnen maken van deze website.

Firefox 78+
Edge 18+
Chrome 72+
Safari 12+
Opera 71+